PC, projector; camera’s. Windows Movie maker of iMovie; microfoons
Ik kan een reeks frases en zinnen gebruiken om mijn familie, andere mensen en woonomstandigheden in simpele termen te beschrijven.
Ik kan een praatje over een vertrouwd onderwerp volgen of houden.
Ik kan een familielid interviewen en achter de informatie komen die ik nodig heb.
Ik kan in simpele frases communiceren in een simpele en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten.
Ik kan overeenkomsten en verschillen vinden en signaleren tussen mijn achtergrond en die van mijn klasgenoten.
De leerlingen moeten bekend zijn met het vocabulaire van het onderwerp en vertrouwd zijn met het gebruik van Windows Movie Maker of iMovie waarmee ze hun praatprogramma redigeren.
1ste inleidende les --> verdeel de klas in groepjes (3-4 leerlingen per groepje)
Onderzoek thuis --> familieleden over zichzelf interviewen (d.w.z. hun baan, hobby’s, belangstelling), familiegeschiedenis (B1) --> de leerlingen krijgen het advies om in de doeltaal een korte samenvatting van de vergaarde informatie te schrijven.
Praatprogramma, filmen en redigeren --> 3 lessen
Alle praatprogramma’s bekijken --> 2 lessen.
Men kan de leerlingen vragen om een kort stukje te schrijven over de verschillen tussen hun eigen familie en de families van hun klasgenoten die ze in het praatprogramma hebben gesignaleerd.
De leerlingen hebben het goed gedaan als:
Probeer groepjes te vormen van leerlingen met een verschillende culturele achtergrond die elkaar nog niet erg goed kennen om realistischer conversaties te krijgen en de culturele uitwisseling binnen het groepje te bevorderen.
Geef precieze deadlines voor het afmaken van de taak.
Aangezien de leerlingen thuis onderzoek over hun familie moeten doen, moeten ze precies weten hoeveel tijd ze tussen de lessen hebben om hun familieleden te interviewen.
Wees precies in het vaststellen van het doel van de taak en het uitleggen van de evaluatie-criteria.
Deze taak is gemaakt om taalcompetenties te ontwikkelen en om sociale competenties te ontwikkelen door leerlingen aan te moedigen een deel van hun cultuur en hun leven te laten zien.
Docenten ertoe brengen ICT als een integraal bestanddeel van de taalles te gebruiken.
Docenten aan te moedigen om taakgericht taalonderwijs en het ERK in hun praktijk op nemen.
Deze taak laat leerlingen zien dat ze allemaal een verschillende achtergrond hebben, wat iets is dat alle klassen in alle landen gemeen hebben.